ECLI:NL:RBDHA:2016:14744
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing exploitatie- en drank- en horecavergunning wegens criminele herkomst vermogen via erfenis
De burgemeester van Den Haag heeft de aanvraag van eiser voor een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning afgewezen op grond van de Wet Bibob, omdat het vermoeden bestond dat de vergunningen mede zouden worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten. Dit vermoeden was gebaseerd op een advies van het Landelijk Bureau Bibob en een eerdere strafrechtelijke veroordeling van de erflater van wie eiser een erfgenaam is.
Eiser voerde aan dat het verkrijgen van vermogen via erfenis niet gelijkgesteld kan worden met het verschaffen van crimineel vermogen en dat het advies van het LBB niet zorgvuldig was. Ook stelde hij dat de onschuldpresumptie werd geschonden omdat het strafrechtelijke vonnis was vernietigd. De rechtbank oordeelde dat het bestuursrechtelijke besluit niet gericht is op strafrechtelijke bestraffing maar op het voorkomen van misbruik van vergunningen.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat het vermoeden van crimineel vermogen terecht was, mede gelet op de omvang van het voordeel en het feit dat eiser de nalatenschap heeft aanvaard. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de vergunningen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunningen wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.