ECLI:NL:RVS:2017:3002
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- J. Kramer
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vergunningweigering uitbreiding veehouderijen wegens ontbreken één project
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant weigerde op 13 september 2016 een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 voor de uitbreiding en wijziging van veehouderijen op twee locaties te Neerkant. De aanvragers stelden dat de twee locaties organisatorisch verbonden zijn en als één project moeten worden beschouwd.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat hoewel er een overeenkomst bestaat voor het opfokken van jongvee tussen de twee bedrijven, dit niet betekent dat de activiteiten onlosmakelijk verbonden zijn en als één project kunnen worden aangemerkt. De effecten van de activiteiten moeten afzonderlijk worden beoordeeld omdat het opfokken ook door een ander bedrijf georganiseerd had kunnen worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de vergunning terecht is geweigerd omdat de aanvraag niet voldeed aan de vereiste dat het om één project gaat. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning is ongegrond verklaard omdat de twee locaties niet als één project kunnen worden beschouwd.