ECLI:NL:RVS:2017:2897
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing kinderopvangtoeslag 2013 en niet tijdig beslissen
Appellante vroeg kinderopvangtoeslag aan voor 2013, 2014 en 2015, maar de Belastingdienst wees de aanvraag voor 2013 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor 2013 en gegrond voor 2014 en 2015, waarbij het bezwaar voor die jaren niet-ontvankelijk werd verklaard. Appellante stelde dat de rechtbank ten onrechte niet had beslist op haar bezwaar over niet tijdig beslissen.
De Raad van State oordeelt dat de aanvraag van 2013 ook betrekking had op 2014 en een deel van 2015, en dat de Belastingdienst ten onrechte niet tijdig heeft beslist. Verder heeft appellante aannemelijk gemaakt dat zij in 2013 een deel van de kosten betaalde en uitstel van betaling kreeg van het kinderdagverblijf, waardoor zij recht heeft op toeslag.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het bestreden vonnis en besluit, en beveelt de Belastingdienst om binnen vier weken een nieuw besluit te nemen over 2013 en de nog openstaande periode van 2014 en 2015. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over de kinderopvangtoeslag 2013 en het niet tijdig beslissen over 2014 en 2015.