ECLI:NL:RVS:2015:922
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet tijdig beslissen toevoeging voorlopige voorziening
De appellant diende op 31 augustus 2012 een aanvraag in bij de Raad voor Rechtsbijstand voor toevoeging voor een beroepsprocedure en een voorlopige voorzieningsprocedure. De raad verleende op 17 september 2012 alleen een toevoeging voor het beroep, maar nam geen besluit over de voorlopige voorziening. De appellant maakte bezwaar tegen het uitblijven van dit besluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar stelde dat de raad het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde het besluit van 27 juni 2013.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de raad niet volledig op de aanvraag heeft beslist en dat het uitblijven van een besluit over de voorlopige voorziening moet worden aangemerkt als niet tijdig beslissen. De brief van de appellant van 25 maart 2013 wordt gezien als ingebrekestelling. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de raad van 27 juni 2013, en stelt een termijn van twee weken voor het nemen van het besluit.
Daarnaast wijst de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af wegens onvoldoende motivering van schade. De raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tevens wordt een dwangsom van maximaal €15.000,- vastgesteld voor het geval de raad de uitspraak niet binnen de gestelde termijn naleeft.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het besluit van 27 juni 2013 en stelt de raad binnen twee weken een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.