ECLI:NL:RVS:2019:957
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag wegens niet tijdige betaling kosten 2016 en 2017
Appellant heeft in 2016 en 2017 kinderopvangtoeslag aangevraagd voor haar kinderen bij een kindercentrum waar zij werkzaam is. De Belastingdienst stelde het voorschot over 2016 op nihil vanwege een betalingsachterstand van meer dan €22.000 en het niet aantonen van volledige betaling binnen twee maanden na afloop van het jaar. Voor 2017 werd de aanvraag afgewezen omdat de door appellant overgelegde bankafschriften niet betrouwbaar waren.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen recht had op kinderopvangtoeslag over beide jaren, mede vanwege een onrealistische betalingsregeling die pas in 2066 zou leiden tot aflossing van de schuld. Appellant voerde aan dat de regeling reëel was en dat zij bijzondere omstandigheden had, maar dit werd verworpen.
De Afdeling bevestigt dat appellant niet heeft aangetoond de kosten tijdig te hebben voldaan en dat de betalingsregeling niet leidt tot aflossing binnen een redelijke termijn. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden faalt omdat dit haar betalingsverplichting niet opheft. De uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van kinderopvangtoeslag over 2016 en 2017 wordt bevestigd.