ECLI:NL:RVS:2017:2606
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat omgevingsvergunning voor derde woning in strijd is met bestemmingsplan en weigering gerechtvaardigd
Het college van burgemeester en wethouders van Boxtel weigerde een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bijgebouw tot woning, omdat dit zou leiden tot een derde woning op het perceel, wat volgens het college in strijd is met het bestemmingsplan 'Buitengebied Boxtel, Ontwikkelplan 2013'. De rechtbank verklaarde het beroep van de aanvragers gegrond en vernietigde het besluit van het college, met de bepaling dat de uitspraak in de plaats treedt van het besluit.
Het college stelde in hoger beroep dat er wel degelijk sprake is van strijd met het bestemmingsplan, onder meer vanwege een discrepantie tussen de verbeelding en de planregels, en dat daarom geen vergunning van rechtswege is verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de planregels en verbeelding duidelijk zijn en dat het bouwplan in strijd is met artikel 13.2.1, aanhef en onder b, van het bestemmingsplan, omdat de woning wordt gebouwd op een plek waar ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpplan nog geen woning was.
Verder is vastgesteld dat op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is en dat daardoor geen vergunning van rechtswege is verleend. De Afdeling vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de uitspraak in de plaats treedt van het collegebesluit, bevestigt de rest van de uitspraak en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het collegebesluit van 24 maart 2016 volledig in stand blijven. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de aanvragers.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het college terecht de omgevingsvergunning voor de derde woning heeft geweigerd en vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het college verplicht om vergunningverlening.