ECLI:NL:RVS:2017:2540
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging stopzetting kinderopvangtoeslag wegens verblijf partner buiten EU
Appellant, met de Nederlandse en Pakistaanse nationaliteit, vroeg kinderopvangtoeslag aan voor 2012. De Belastingdienst stopzette de toeslag omdat haar partner in die periode in Pakistan verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat artikel 1.6 lid 3 Wkkp geen ruimte laat voor toeslag bij verblijf van de partner buiten Nederland, EU of Zwitserland.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat dit onderscheid discriminerend is en in strijd met EVRM artikelen 8 en 14, het IVRK en het Europees Sociaal Handvest. De Afdeling oordeelde dat er wel sprake is van een onderscheid in de zin van artikel 14 EVRM Pro, maar dat dit onderscheid een legitiem doel dient en proportioneel is. Er bestaat geen positieve verplichting tot toeslag op grond van genoemde verdragsbepalingen.
De Afdeling bevestigde dat de Belastingdienst terecht van horen mocht afzien omdat het bezwaar geen aanleiding gaf tot een ander besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: De stopzetting van de kinderopvangtoeslag wordt bevestigd omdat de partner van appellant buiten Nederland, EU of Zwitserland verbleef.