ECLI:NL:RVS:2017:1181
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid voor kosten bestuursdwang bij onjuist aanbieden afvalstoffen
Appellante werd geconfronteerd met een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag waarin zij aansprakelijk werd gesteld voor een deel van de kosten (€126) van spoedeisende bestuursdwang. Deze bestuursdwang werd toegepast omdat een doos met afvalstoffen, herleidbaar tot appellante, op onjuiste wijze was aangeboden in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010.
Appellante voerde aan dat zij de doos niet zelf had achtergelaten en dat het oud papier door een derde, die het bij haar ophaalde, op de locatie was achtergelaten. Zij stelde dat deze omstandigheden niet aan haar konden worden toegerekend. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat degene tot wie afvalstoffen kunnen worden herleid in principe als overtreder geldt, tenzij deze aannemelijk maakt dat hij niet de overtreding heeft begaan.
Hoewel de doos van appellante afkomstig was, heeft zij aannemelijk gemaakt dat zij niet degene was die het afval op de locatie heeft achtergelaten. De vraag was vervolgens of zij verantwoordelijk kon worden gehouden voor het handelen van de derde die het afval bij haar ophaalde. De Afdeling oordeelde dat appellante het risico aanvaardde door het oud papier aan een onbekende persoon mee te geven, die het vervolgens onjuist aanbood.
De bewering van de derde over diefstal van zijn fiets-aanhanger en het verlies van het oud papier werd niet onderbouwd. Gezien deze omstandigheden werd de overtreding aan appellante toegerekend en was het college terecht overgegaan tot kostenverhaal. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de kostenveroordeling voor bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.