ECLI:NL:RVS:2020:366
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwangkosten voor verkeerd aangeboden huishoudelijk afval in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 19 november 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een doos te verwijderen die naast een aangewezen inzamelvoorziening was achtergelaten. De doos was voorzien van een adressticker met de gegevens van appellant, die daardoor als overtreder werd aangemerkt. Appellant betwistte dit en stelde dat een onbekende vrouw de doos had neergezet zonder zijn toestemming.
Het college heeft het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en de kosten van bestuursdwang van €126,00 aan hem opgelegd. Appellant voerde aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, dat bestuursdwang niet nodig was en dat de kosten onredelijk hoog waren en als boete moesten worden beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de persoon aan wie het afval kan worden herleid als overtreder geldt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellant had het risico aanvaard door de doos door een onbekende te laten meenemen. Het college mocht spoedeisende bestuursdwang toepassen vanwege het vuilaantrekkende karakter van verkeerd aangeboden afval. De kosten waren gebaseerd op een gespecificeerde berekening en niet onredelijk hoog.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van bestuursdwangkosten wegens verkeerd aangeboden afval wordt ongegrond verklaard.