ECLI:NL:RVS:2016:593
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming planschade na bestemmingsplanwijziging in Weert
Appellant, eigenaar van een perceel met twee woningen te Weert, verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het bestemmingsplan 'Laarveld 2009' dat op 10 april 2010 in werking trad. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de juiste wijze van planvergelijking: appellant stelde dat zijn aanvraag, ingediend vóór een belangrijke uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, moest worden beoordeeld zonder rekening te houden met de uit te werken bestemming. De Raad van State oordeelde echter dat de planvergelijking terecht was uitgevoerd met inachtneming van de redelijke invulling van de uit te werken bestemming op het moment van inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan.
Voorts verwierp de Raad van State het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat eerdere tegemoetkomingen aan buren waren genomen vóór de relevante jurisprudentie en dus niet vergelijkbaar waren. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de tegemoetkoming in planschade bevestigd.