ECLI:NL:RVS:2016:499
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- D.J.C. van den Broek
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor verleggen watergang in beschermd stadsgezicht Naarden
Appellanten vroegen een omgevingsvergunning aan voor het dempen van een bestaande watergang en het graven van een nieuwe watergang op een afstand van circa 25 meter ten westen daarvan op percelen in Naarden. Het college weigerde de vergunning omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan, met name vanwege aantasting van cultuurhistorische waarden van het beschermde stadsgezicht en ecologische waarden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten gegrond omdat het college onvoldoende had gemotiveerd of vergunningverlening mogelijk was op grond van een afwijkingsmogelijkheid in de Wabo. De rechtbank vernietigde het besluit van het college, maar hield de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het college stelde dat het niet bereid was vergunning te verlenen met toepassing van de afwijkingsmogelijkheid.
Appellanten voerden aan dat door het niet tijdig beslissen een vergunning van rechtswege was verleend en dat het college ten onrechte de vergunning had geweigerd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college de beslistermijn rechtsgeldig had verlengd en tijdig had beslist, zodat geen vergunning van rechtswege was verleend.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht het advies van de welstands- en monumentencommissie en een adviesbureau had betrokken bij de beoordeling. Deze adviezen wezen op onevenredige aantasting van cultuurhistorische en ecologische waarden door het verleggen van de watergang. De door appellanten overgelegde tegenrapporten boden geen aanleiding om deze adviezen te verwerpen.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het college de vergunning terecht heeft geweigerd vanwege strijd met het bestemmingsplan en de bescherming van cultuurhistorische waarden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.