ECLI:NL:RVS:2021:209
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen ontheffingen voor beperkt gebruik voetpad met motorvoertuig
Het college van burgemeester en wethouders van Westerveld verleende op 18 december 2017 aan meerdere bewoners ontheffingen voor beperkt gebruik van een voetpad met een motorvoertuig voor vijf jaar. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarop het college op 15 juni 2020 het bezwaar ongegrond verklaarde. Appellant stelde dat het college onzorgvuldig had gehandeld vanwege te late besluitvorming en het niet aan zijn gemachtigde toezenden van het besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft bij het verlenen van ontheffingen en dat de belangenafweging waarbij het belang van bewoners voor het gebruik van het pad zwaarder woog dan de bezwaren van appellant, niet onredelijk was. Het college had de ontheffing van één partij ingetrokken vanwege het ontbreken van behoefte, maar niet die van andere partijen omdat geen aanwijzingen waren dat zij geen belang meer hadden.
Verder oordeelde de Afdeling dat het te laat beslissen op bezwaar en het niet aan de gemachtigde toezenden van het besluit geen reden was om het besluit te vernietigen, omdat appellant niet in zijn belangen was geschaad en tijdig beroep was ingesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het college inzake ontheffingen voor beperkt gebruik van het voetpad met motorvoertuig wordt ongegrond verklaard.