ECLI:NL:RVS:2016:3232
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van verlenging beslistermijn asielaanvragen bij hoge instroom
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onrechtmatig had gehandeld door de beslistermijn van de asielaanvragen niet tijdig te verlengen en stelde een dwangsom vast. De staatssecretaris had de beslistermijn met negen maanden verlengd vanwege de grote instroom van asielzoekers, en dit via een algemeen beleidsbesluit (WBV) gepubliceerd in de Staatscourant kenbaar gemaakt, zonder individuele kennisgevingen te sturen.
De Raad van State stelt vast dat artikel 42, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet voorschrijft op welke wijze de kennisgeving van verlenging moet plaatsvinden. Ook de Europese Procedurerichtlijn 2013/32/EU bevat geen verplichting tot individuele kennisgeving bij verlenging van de beslistermijn in situaties van grote instroom. De Raad oordeelt dat de publicatie van het WBV, gecombineerd met aanvullende informatievoorziening via de website, opvangcentra en media, een effectieve en rechtmatige wijze is om aan de kennisgevingsplicht te voldoen.
De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank, waardoor de dwangsom komt te vervallen, en wijst de zaak terug naar de rechtbank om vast te stellen of inmiddels een besluit is genomen op de asielaanvragen. Hiermee wordt bevestigd dat de staatssecretaris de beslistermijn voor alle asielaanvragen, ook die van vóór 11 februari 2016, met negen maanden heeft verlengd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en oordeelt dat de verlenging van de beslistermijn via publicatie in de Staatscourant rechtmatig was, waardoor geen dwangsom verschuldigd is.