ECLI:NL:RVS:2016:3013
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 16 juni 2015 het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar oplevert voor de openbare orde. Deze beslissing werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Amsterdam in een uitspraak van 18 maart 2016. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep op 1 november 2016. Appellant voerde aan dat de weigering ook het EU-burgerschap ontneemt en dat het besluit niet getoetst is aan het gunstiger Unierechtelijke begrip van openbare orde. De Afdeling overwoog dat het bepalen van voorwaarden voor nationaliteit tot de nationale bevoegdheid behoort en dat appellant, niet zijnde EU-burger, niet onder het Unierecht valt voor deze naturalisatie. De rechtbank heeft het nationale begrip van openbare orde terecht als uitgangspunt genomen.
De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing bevestigt dat het nationale recht en beleid correct zijn toegepast bij de afwijzing van het naturalisatieverzoek wegens openbare orde bezwaren.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van het naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde.