ECLI:NL:RVS:2016:2852
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens onjuiste motivering noodzaak bewaring
Bij besluit van 3 juli 2016 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was wegens het ontbreken van een aparte motivering voor de noodzaak van bewaring naast het risico op onttrekking.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het risico op onttrekking impliceert dat bewaring noodzakelijk is voor het verkrijgen van gegevens voor de verblijfsvergunning, zodat een afzonderlijke motivering niet vereist is. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een dubbele motiveringsplicht stelde.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens werd bevestigd dat de staatssecretaris terecht geen lichter middel toepaste en geen belangenafweging hoefde te maken over de bewaring van de asielzoeker.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.