ECLI:NL:RVS:2016:2512
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Herziening zorgtoeslag en kindgebonden budget na intrekking verblijfsvergunning
De Belastingdienst/Toeslagen herzag de zorgtoeslag voor 2012 en het kindgebonden budget voor 2014 van appellante na intrekking van haar verblijfsvergunning met terugwerkende kracht. De rechtbank had het bezwaar van appellante deels gegrond verklaard en de besluiten vernietigd, met name over het kindgebonden budget 2014 vanwege het niet raadplegen van de SVB.
In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat de intrekking van de verblijfsvergunning een nieuw feit is waarop de Belastingdienst zich terecht heeft beroepen om de toeslagen te herzien. Rechtmatig verblijf is een vereiste voor het ontvangen van deze toeslagen. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het recht op kindgebonden budget niet aan rechtmatig verblijf is gekoppeld en dat de Belastingdienst de SVB had moeten raadplegen.
De Raad bevestigt dat het recht op kindgebonden budget gekoppeld is aan het recht op kinderbijslag, maar benadrukt dat het ook een inkomensafhankelijke regeling is die aan de Awir en de Vreemdelingenwet 2000 is onderworpen, waarbij rechtmatig verblijf vereist is. Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard, dat van de Belastingdienst gegrond, en de eerdere uitspraak wordt vernietigd voor zover deze het kindgebonden budget betreft.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en dat van de Belastingdienst gegrond, waarbij de eerdere vernietiging van het besluit over het kindgebonden budget wordt teruggedraaid.