ECLI:NL:RVS:2015:1643
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing kindgebonden budget wegens verblijfsrecht Unieburger
De zaak betreft het hoger beroep van een moeder tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een kindgebonden budget door de Belastingdienst/Toeslagen. De aanvraag werd afgewezen omdat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) geen kinderbijslag aan haar uitkeert. De moeder is verzorgende ouder van twee minderjarige kinderen met de Nederlandse nationaliteit, maar zij zelf verblijft niet rechtmatig in Nederland.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelt dat op grond van het EU-recht, met name artikel 20 van Pro het VWEU en het arrest Ruiz Zambrano, de moeder een rechtstreeks verblijfsrecht kan hebben indien het weigeren van verblijf ertoe leidt dat haar kinderen het grondgebied van de Unie moeten verlaten. Dit verblijfsrecht vloeit rechtstreeks voort uit het EU-burgerschap van de kinderen.
De Belastingdienst/Toeslagen had de SVB moeten raadplegen om te onderzoeken of de moeder dit verblijfsrecht bezit alvorens het besluit te nemen. Omdat dit niet is gebeurd, is het besluit ondeugdelijk gemotiveerd en wordt het vernietigd. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit waarbij rekening wordt gehouden met het verblijfsrecht van de moeder. Tevens wordt de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen tot afwijzing van de aanvraag kindgebonden budget wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het verblijfsrecht van de verzorgende ouder.