ECLI:NL:RVS:2016:2322
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie wegens gevaar voor openbare orde en lopende strafzaken
Appellant verzocht om naturalisatie, maar de staatssecretaris wees dit af op grond van artikel 9 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap vanwege ernstige vermoedens dat appellant een gevaar voor de openbare orde vormt. Dit werd onderbouwd met een onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf en openstaande strafzaken.
Appellant voerde aan dat de rehabilitatietermijn onjuist werd berekend en dat de minister onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden en het arrest van het Hof van Justitie van 11 juni 2015. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding correct werd toegepast en dat de berekening van de rehabilitatietermijn uitgaat van het moment van onherroepelijkheid van het vonnis, wat niet onredelijk is.
Verder werd geoordeeld dat de naturalisatie van personen zonder EU-nationaliteit niet onder het Unierecht valt en appellant geen rechten kan ontlenen aan het genoemde arrest van het Hof van Justitie. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam.
Uitkomst: Het verzoek tot naturalisatie wordt afgewezen wegens ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde en lopende strafzaken.