ECLI:NL:RBZWB:2022:7544
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende verstreken rehabilitatietermijn en niet-toepasselijkheid Unierecht
Eiser, een Syrische nationaliteit bezittende vreemdeling, verzocht op 9 januari 2020 om naturalisatie tot Nederlander. Dit verzoek werd op 23 december 2021 afgewezen omdat eiser korter dan vijf jaar geleden onherroepelijk is veroordeeld voor een misdrijf, waardoor de rehabilitatietermijn nog niet was verstreken.
Verweerder handhaafde dit besluit bij bezwaar en wees het beroep van eiser af. Eiser stelde dat het besluit in strijd was met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel en verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. De rechtbank oordeelde echter dat het naturalisatieverzoek van een niet-EU-nationaliteit niet binnen de werkingssfeer van het Unierecht valt.
De rechtbank concludeerde dat het beleid zoals neergelegd in de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap, waarin de rehabilitatietermijn van vijf jaar wordt gehanteerd, terecht leidde tot afwijzing van het verzoek. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege de niet verstreken rehabilitatietermijn en niet-toepasselijkheid van het Unierecht.