ECLI:NL:RVS:2016:1913
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel Russische vreemdelingen
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 21 maart 2016 de aanvragen van drie Russische vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 april 2016 de besluiten vernietigde en de beroepen gegrond verklaarde. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de hogere autoriteiten in de Russische Federatie effectieve bescherming bieden aan de vreemdelingen, die behoren tot de sjiitische moslimstroming en discriminatie ervaren. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat hogere autoriteiten effectieve bescherming bieden, mede vanwege passages in het algemeen ambtsbericht die twijfels opriepen.
De Afdeling oordeelde dat uit het algemeen ambtsbericht blijkt dat er wel degelijk mogelijkheden zijn om klachten te richten aan hogere autoriteiten, zoals hogere politieambtenaren, de ombudsman en rechtbanken, en dat de effectiviteit van die bescherming niet op voorhand hoeft vast te staan. De rechtbank had ten onrechte de besluiten van de staatssecretaris als ondeugdelijk gemotiveerd beoordeeld.
Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaarde zij de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond.