ECLI:NL:RVS:2016:1831
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over legestarief mvv-aanvraag en motiveringsplicht staatssecretaris
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af en legde een legestarief van €225,00 op. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze afwijzing en de hoogte van het legestarief. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het ging om de hoogte van de leges en vernietigde de besluiten in dat onderdeel.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het legestarief niet onevenredig was en geen belemmering vormde voor de uitoefening van rechten onder de Gezinsherenigingsrichtlijn. Daarbij werd onder meer het arrest CGIL van het Hof van Justitie betrokken.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en legde een griffierecht op.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond.