ECLI:NL:RVS:2018:3249
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit staatssecretaris over hoogte leges machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris wees de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af en stelde een legestarief van €230,- vast. De vreemdeling en de referente maakten bezwaar tegen de hoogte van deze leges. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de leges betrof, waarna de staatssecretaris het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de leges, die ongeveer negen keer hoger zijn dan de kosten van een nationale identiteitskaart, verenigbaar zijn met het arrest Commissie tegen Nederland van het Hof van Justitie van de EU.
De Afdeling stelt vast dat het verschil in leges niet adequaat is toegelicht en dat de staatssecretaris niet is ingegaan op de relevante jurisprudentie. Hierdoor is het besluit strijdig met het motiveringsvereiste en artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De Afdeling bepaalt dat alleen beroep kan worden ingesteld tegen een nieuw besluit over de leges en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €501,-. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover deze het beroep ongegrond verklaarde buiten de leges.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige en deugdelijke motivering van bestuursbesluiten, zeker wanneer Europese jurisprudentie relevant is voor de beoordeling van de proportionaliteit van leges.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris over de hoogte van de leges wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en strijd met Europese rechtspraak.