ECLI:NL:RVS:2012:BY0145
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatige legesheffing bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging
De zaak betreft een hoger beroep van twee vreemdelingen tegen een besluit van de minister van Buitenlandse Zaken waarbij een legesbedrag van €830 werd geheven voor een aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het oog op gezinshereniging. De rechtbank had het besluit vernietigd maar de rechtsgevolgen ervan in stand gelaten. De vreemdelingen stelden dat de legesheffing het nuttig effect van richtlijn 2003/86 ontneemt en onevenredig hoog is.
De Raad van State overwoog dat het Hof van Justitie van de Europese Unie in een arrest van 26 april 2012 had vastgesteld dat hoge legesheffingen in strijd kunnen zijn met het evenredigheidsbeginsel en het doel van integratie van onderdanen van derde landen kunnen frustreren. Hoewel de toepassingsgebieden van richtlijnen 2003/86 en 2003/109 verschillen, zijn de doelstellingen en beoordelingsmarges vergelijkbaar, zodat de overwegingen van het HvJEU ook op richtlijn 2003/86 van toepassing zijn.
De Raad concludeerde dat de legesheffing van €830 het nuttig effect van richtlijn 2003/86 ontneemt en daarmee in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. De rechtbank had dit niet onderkend en had de rechtsgevolgen van het besluit ten onrechte in stand gelaten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De legesheffing van €830 voor de aanvraag mvv is onrechtmatig en het besluit wordt vernietigd.