ECLI:NL:RVS:2016:1678
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Herroeping boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na matiging boete
De minister legde appellant een boete van €3.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, vastgesteld in een boeterapport van een arbeidsinspecteur.
Appellant voerde aan dat het boeterapport onjuist was, omdat inspecteurs hem zouden hebben opgelicht en dat de vreemdeling slechts als klant aanwezig was. De rechtbank wees het beroep af, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister terecht mocht uitgaan van de juistheid van het boeterapport en de verklaringen van de vreemdeling, die via een tolk waren opgenomen.
Verder werd bevestigd dat appellant als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt, omdat de vreemdeling feitelijk arbeid verrichtte, ongeacht betaling of gezagsverhouding. De Afdeling mat de boete op €2.000 conform de aangepaste beleidsregel en vernietigde het eerdere besluit en uitspraak, waarbij zij zelf in de zaak voorzag. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De boete van €3.000 wordt vernietigd en vastgesteld op €2.000 wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning.