ECLI:NL:RVS:2017:430
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen wegens onevenredigheid
De minister legde aan appellant een boete van €3.000,- op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, geconstateerd tijdens een controle op 28 augustus 2013. Appellant voerde aan dat de vreemdeling slechts incidenteel en hulpverlenend werkzaamheden verrichtte, zonder economisch voordeel en met het oog op diens psychische gesteldheid.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat het arbeidsmatige karakter van de werkzaamheden in dit geval ver op de achtergrond was geraakt door het hulpverlenende karakter, de kwetsbare positie van de vreemdeling en het ontbreken van verdringing van legaal arbeidsaanbod. De boete werd daarom als onevenredig beoordeeld.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat geen boete wordt opgelegd. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van een evenredige toepassing van sancties binnen het kader van de Wet arbeid vreemdelingen, waarbij bijzondere omstandigheden en motieven van de overtreder meegewogen moeten worden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het boetebesluit en legt geen boete op wegens het hulpverlenende karakter en de bijzondere omstandigheden.