ECLI:NL:RVS:2017:180
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting werkgeverschap
De minister legde appellant een boete op van €24.000 wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €18.000, maar de rechtbank stelde de boete vast op €12.000. Appellant stelde dat de vreemdelingen niet voor haar werkten, maar voor stichtingen die een deel van het terrein gebruikten en dat werkzaamheden niet onder haar werkgeverschap vielen.
De Raad van State oordeelde dat uit het boeterapport en verklaringen blijkt dat de vreemdelingen handelingen verrichtten die als arbeid in de zin van de Wav moeten worden aangemerkt. De vreemdelingen hielpen appellant soms, waren op het terrein van appellant aangetroffen en verrichtten werkzaamheden zoals het bedienen van een kraan en schoonmaken. Instemming of loonbetaling is niet vereist voor werkgeverschap volgens vaste jurisprudentie.
Het betoog van appellant dat werkzaamheden voor de stichting werden verricht en dat er geen sprake was van werkgeverschap werd verworpen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.