ECLI:NL:RVS:2016:2913
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting werkzaamheden
De minister legde de vennootschap een boete van €12.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank vernietigde dit besluit en matigde de boete tot €8.000. De vennootschap stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De vennootschap voerde onder meer aan dat zij niet tijdig was geïnformeerd over de zitting en dat de verklaringen waarop de boete was gebaseerd onbetrouwbaar en innerlijk tegenstrijdig waren. De Raad van State oordeelde dat de uitnodiging wel degelijk tijdig en correct was verzonden en dat de verklaringen, afgelegd onder ambtsbelofte en met tolk, betrouwbaar waren. De vennootschap kon geen bijzondere omstandigheden aantonen om hiervan af te wijken.
Verder stelde de vennootschap dat de werkzaamheden van de vreemdeling marginaal en kortdurend waren en dat matiging van de boete op zijn plaats was. De Raad van State volgde dit niet, omdat de werkzaamheden niet eenmalig waren en de vennootschap geen eerdere overtredingen had, wat op zichzelf onvoldoende is voor matiging.
De Raad van State bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en de boete van €8.000 blijft van kracht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder vergunning.