ECLI:NL:RVS:2016:1675
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- W. Sorgdrager
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsombeschikking wegens niet tijdig beslissen handhaving Parc Patersven
Het geschil betreft het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen de met het bestemmingsplan strijdige bewoning van het recreatiepark Parc Patersven. Het college heeft dit verzoek aanvankelijk afgewezen, waarna meerdere bezwaar- en beroepsprocedures volgden. De rechtbank oordeelde dat het college dwangsommen van in totaal €126.000,00 had verbeurd wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar over 193 kavels.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat slechts één besluit op bezwaar was genomen en dat de dwangsommen daarom onterecht zo hoog waren vastgesteld. Appellant stelde daartegen dat het college per kavel had moeten besluiten en dat de dwangsommen hoger moesten zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het bedrag van €126.000,00 aan dwangsommen vaststelde en bepaalde dat het college slechts €1.260,00 aan dwangsommen heeft verbeurd. Tevens verklaarde de Afdeling het beroep van appellant tegen het besluit van 20 mei 2015 ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496,00. De Afdeling oordeelde dat het college in één besluit op bezwaar mocht beslissen en dat het bestemmingsplan van 19 mei 2015 de permanente bewoning grotendeels legaliseerde.
Uitkomst: Het college heeft slechts €1.260,00 aan dwangsommen verbeurd wegens niet tijdig beslissen op bezwaar over handhaving Parc Patersven.