ECLI:NL:RVS:2016:1573
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- P.J.J. van Buuren
- J.G.C. Wiebenga
- Rechtspraak.nl
Vergunningverlening voor afval- en mestverwerking ondanks bezwaren en milieuoverwegingen
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 aan Twence B.V. voor het storten en tijdelijk opslaan van afvalstoffen en mestverwerking op een locatie in Zenderen. Diverse stichtingen, waaronder Gemeenschapsbelangen en Behoud Elhorst, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen dit besluit.
De Raad van State oordeelde dat enkele stichtingen niet ontvankelijk waren omdat zij geen rechtstreeks belang hadden of geen bezwaar hadden gemaakt. De overige beroepen werden inhoudelijk behandeld. De appellanten voerden onder meer aan dat de vergunning onrechtmatig was vanwege gebrekkige bekendmaking, onvolledige terinzagelegging, financiële onuitvoerbaarheid, strijd met het bestemmingsplan, onderschatting van stikstofdepositie en het ontbreken van een milieueffectrapport.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren. De bekendmaking voldeed aan wettelijke eisen, de financiële uitvoerbaarheid is geen toetsingscriterium bij de Nbw 1998, en het bestemmingsplan is niet relevant voor de vergunningverlening onder deze wet. De stikstofdepositieberekeningen waren zorgvuldig en de aanvullende maatregelen werden in acht genomen. Ook werd geen passende beoordeling voor Duitse Natura 2000-gebieden vereist geacht.
De cumulatieve effecten en mogelijke calamiteiten behoeven geen beoordeling bij deze vergunningverlening. De beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard of ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de vergunningverlening zijn deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond verklaard, waardoor de vergunning in stand blijft.