Uitspraak
200902038/1/R3, ter zitting behandeld op 2 juli 2009, waar [appellant sub 1], in persoon, [appellante sub 2], vertegenwoordigd door [vennoot A] en mr. O.W. Wagenaar, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, [appellant sub 3], in persoon, [appellant sub 4], in persoon, en [appellanten sub 5], vertegenwoordigd door M.H. Middelkamp, werkzaam bij Milieuadviesbureau Middelkamp, zijn verschenen. Voorts zijn de raad, vertegenwoordigd door A.J.B. ter Braak, ambtenaar in dienst van de gemeente, en [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. J. van Groningen, advocaat te Middelharnis, ter zitting als partij gehoord.
200706507/1(www.raadvanstate.nl), heeft de Afdeling overwogen dat het statutaire doel van de Stichting ROM zo veelomvattend is dat het onvoldoende onderscheidend is om op grond daarvan te kunnen oordelen dat haar belang rechtstreeks is betrokken bij het in die uitspraak in geding zijnde besluit omtrent goedkeuring van een bestemmingsplan. De Afdeling ziet ten aanzien van het voorliggende besluit omtrent goedkeuring van een bestemmingsplan geen aanleiding voor een ander oordeel. Voorts is thans evenmin gebleken dat de Stichting ROM feitelijke werkzaamheden verricht in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb, waaruit blijkt dat zij een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang in het bijzonder behartigt, noch dat zij door het optreden in rechte een bundeling van rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken individuele belangen tot stand brengt waarmee effectieve rechtsbescherming gediend kan zijn, zoals bedoeld in de uitspraak van de Afdeling van 1 oktober 2008, nr.
200801150/1.