ECLI:NL:RVS:2016:1049
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over voorzienbaarheid van planschade door aanleg Rijksweg 31 te Leeuwarden
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellanten tegen het besluit van de minister van Infrastructuur en Milieu om hun verzoeken om schadevergoeding wegens de aanleg van Rijksweg 31 te Leeuwarden af te wijzen.
De appellanten hadden in 2007 een bedrijfspand nabij de Hendrik Algraweg gekocht, dat door het tracébesluit van 2010 en de aanleg van Rijksweg 31 in zichtbaarheid en bereikbaarheid zou worden aangetast, wat volgens hen leidde tot waardevermindering en omzetdaling. De minister baseerde zijn afwijzing op een advies van de Schadecommissie Rijkswaterstaat, die stelde dat de schade ten tijde van de investeringsbeslissing voorzienbaar was en dus voor rekening van de appellanten moest blijven.
De Raad van State stelt dat voor voorzienbaarheid niet vereist is dat de aanleg volledig zeker was, maar dat het beleidsvoornemen zodanig kenbaar moet zijn dat rekening gehouden kon worden met het risico. De Raad oordeelt echter dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat de afsluiting van de Hendrik Algraweg, een belangrijke toegangsweg, ten tijde van de investeringsbeslissing voorzienbaar was. Hierdoor is het besluit in strijd met de artikelen 3:9 en 7:12 van de Awb.
De Raad draagt de minister op binnen dertien weken dit gebrek te herstellen door een nader deskundigenadvies in te winnen over de gevolgen van de afsluiting van de Hendrik Algraweg en de eventuele schade voor de appellanten, en het besluit zo nodig te wijzigen. Over proceskosten en griffierecht zal in de einduitspraak worden beslist.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen het gebrek in de motivering van het besluit binnen dertien weken te herstellen.