ECLI:NL:RVS:2014:4512
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 5 oktober 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat de maatregel tot vrijheidsontneming niet op tijd schriftelijk was vastgelegd, ondertekend en aan de vreemdeling uitgereikt, zoals vereist is volgens artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Hierdoor was de vrijheidsontneming niet rechtsgeldig en was het besluit tot inbewaringstelling niet correct genomen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct wordt opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding toegekend voor de periode van onrechtmatige bewaring en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De overige aangevoerde gronden in hoger beroep behoefden geen bespreking meer.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend wegens onrechtmatige bewaring.