ECLI:NL:RBDHA:2022:3040
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet afgewezen
Eiser, met de Eritrese nationaliteit, werd op 15 maart 2022 in bewaring gesteld door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
Eiser voerde aan dat het bestreden besluit niet rechtsgeldig was omdat het tijdstip van oplegging van de maatregel ontbrak. De rechtbank stelde vast dat het besluit digitaal was ondertekend met een tijdstempel en dat uit diverse proces-verbalen bleek dat eiser op 15 maart 2022 om 09:52 uur in bewaring was gesteld. Hiermee was voldaan aan de vereisten voor een rechtsgeldig besluit.
De rechtbank verwierp het beroep en het verzoek om schadevergoeding. Tevens wees de rechtbank een proceskostenveroordeling af. De uitspraak kan binnen een week worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.