ECLI:NL:RVS:2021:2855
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling wegens onrechtmatigheid maatregel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 29 augustus 2021 een vreemdeling in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en kende schadevergoeding toe, omdat de maatregel van bewaring volgens de rechtbank niet steunde op een eerder genomen terugkeerbesluit.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de maatregel van bewaring pas rechtskracht verkrijgt nadat deze is opgemaakt, ondertekend en aan de vreemdeling is uitgereikt. Uit het proces-verbaal bleek dat de maatregel en het terugkeerbesluit gelijktijdig aan de vreemdeling zijn uitgereikt, waardoor de bewaring rechtmatig was opgelegd.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank. Vervolgens beoordeelde zij de overige beroepsgronden, waaronder het betoog van de vreemdeling dat hij zelfstandig kon vertrekken en dat een lichter middel had moeten worden toegepast. Dit werd verworpen omdat de vreemdeling geen concreet vertrekplan had en niet aan de voorwaarden van artikel 59, derde lid, Vw 2000 voldeed.
Ook het argument dat de vermelding van een bedreiging voor het handelsverkeer onterecht was, faalde omdat de overige bewaringsgronden voldoende waren. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.