ECLI:NL:RVS:2014:4154
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen verlenging verblijfsvergunning wegens niet-betaling leges
De vreemdeling had een aanvraag ingediend tot verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat de vereiste leges niet waren betaald. De vreemdeling betwistte dat hij een acceptgiro had ontvangen en stelde dat hem daardoor de mogelijkheid tot herstel van het verzuim ontnomen was.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aannemelijk had gemaakt dat de acceptgiro en een aanmaning waren verzonden naar het juiste adres. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de staatssecretaris voldoende bewijs leverde van verzending via het Centraal Justitieel Incassobureau en de printermailservice. Het ontbreken van een kopie van de acceptgiro en de telefonische mededeling van het CJIB dat een zaakoverzicht geen bewijs van verzending is, leiden niet tot een redelijke twijfel over ontvangst.
De Raad van State overweegt dat de termijn voor verzending van de acceptgiro niet strikt gekoppeld is aan de ontvangst van de aanvraag en dat de aanmaning als herstelmogelijkheid geldt. De tweede grief van de vreemdeling wordt niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen belang heeft voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het buiten behandeling stellen van de aanvraag wegens niet-betaling van leges.