ECLI:NL:RBDHA:2019:939
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens onduidelijke verzending primaire besluit
Eiser was ingeschreven op een briefadres in de BRP, maar deze registratie werd beëindigd na intrekking van toestemming door DSZW. Verweerder stuurde een voornemen tot wijziging en nam uiteindelijk het primaire besluit tot uitschrijving met ingang van 2 mei 2017. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Eiser stelde dat het primaire besluit niet rechtsgeldig bekend was gemaakt omdat niet was aangetoond dat het besluit daadwerkelijk was verzonden. Verweerder kon enkel aantonen dat het besluit digitaal was aangeboden aan de print- en verzendafdeling, maar niet dat het de postdienst had bereikt. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk was verzonden en vernietigde het bestreden besluit.
De rechtbank droeg verweerder op om opnieuw op het bezwaar te beslissen en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser. Er was geen aanleiding tot griffierechtvergoeding omdat eiser daarvan was vrijgesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van verzending van het primaire besluit.