ECLI:NL:RVS:2014:4132
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en oplegging rijvaardigheidsonderzoek na aanrijdingen
Het CBR legde aan appellante een rijvaardigheidsonderzoek op en schorste haar rijbewijs nadat de politie een vermoeden had geuit dat zij niet langer over de vereiste rijvaardigheid beschikte. Dit vermoeden was gebaseerd op haar betrokkenheid bij meerdere aanrijdingen met geparkeerde auto's en haar verklaring dat zij deze niet had gemerkt.
Appellante voerde aan dat de processen-verbaal gebreken vertoonden en dat zij onterecht als verdachte was gehoord. Ook betwistte zij de aanwezigheid van duidelijke materiële schade en stelde dat er geen sprake was van herhaalde aanrijdingen. Daarnaast benadrukte zij haar persoonlijke afhankelijkheid van het rijbewijs.
De Raad van State oordeelde dat het CBR terecht uitging van de juistheid van de processen-verbaal en dat het horen als verdachte niet onrechtmatig was. De materiële schade was voldoende duidelijk en er was sprake van herhaalde aanrijdingen. Gezien het dwingendrechtelijke karakter van de wet was het opleggen van het onderzoek en de schorsing van het rijbewijs terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de schorsing van het rijbewijs en het opleggen van het rijvaardigheidsonderzoek bevestigd.