ECLI:NL:RVS:2014:3311
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onderzoek geschiktheid rijbewijs na alcoholconstatering beginnende bestuurder
Het CBR legde appellant op 15 maart 2013 een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid op naar aanleiding van een politiebericht over een ademalcoholgehalte van 715 µg/l bij appellant, een beginnende bestuurder. Appellant voerde aan dat hij op dat moment geen motorrijtuig bestuurde en dat het besluit onterecht was.
De rechtbank oordeelde dat het CBR op goede gronden het onderzoek had opgelegd, omdat het proces-verbaal, dat op ambtseed en ambtsbelofte was opgesteld, voldoende bewijs bood dat appellant het voertuig bestuurde onder invloed van alcohol. De rechtbank vernietigde het besluit van het CBR maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet voldoende gelegenheid had gehad om te worden gehoord en dat het proces-verbaal niet betrouwbaar was. De Raad van State overwoog dat appellant in beroep wel degelijk de kans had gekregen om zijn standpunten mondeling toe te lichten en dat het horen van de verbalisanten geen meerwaarde zou hebben. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat het CBR terecht een onderzoek naar rijgeschiktheid oplegde aan appellant en verklaart het hoger beroep ongegrond.