ECLI:NL:RVS:2014:3927
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Openbaarmaking namen zaaksofficieren in Wob-verzoek over vechtpartij
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om informatie te verstrekken over een vechtpartij op 21 februari 2009. De korpsbeheerder van de politieregio Haaglanden heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels afgewezen, met name de namen van medewerkers van het openbaar ministerie en een PVV Kamerlid werden geweigerd.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep ongegrond verklaarde, stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de weigering van openbaarmaking van de namen van de zaaksofficieren niet voldoende gemotiveerd was en dat het belang van openbaarheid zwaarder woog dan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van deze ambtenaren.
De Afdeling vernietigde het besluit van 8 mei 2012 en het besluit van 4 augustus 2014 voor zover de weigering van openbaarmaking van de namen van de zaaksofficieren werd gehandhaafd. De korpschef werd opgedragen om binnen zes weken de namen openbaar te maken. Tevens werden proceskosten toegekend aan appellant en het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De weigering tot openbaarmaking van de namen van zaaksofficieren is vernietigd en openbaarmaking binnen zes weken bevolen.