ECLI:NL:RVS:2014:2275
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.H. van Kreveld
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Herstel besluit over weigering openbaarmaking namen medewerkers en Kamerlid in Wob-verzoek
De korpsbeheerder van de politieregio Haaglanden had een Wob-verzoek van appellant gedeeltelijk ingewilligd en gedeeltelijk afgewezen, waarbij onder meer het beeldmateriaal van een vechtpartij en namen van betrokkenen niet openbaar werden gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het belang van de persoonlijke levenssfeer zwaarder werd geacht dan het belang van openbaarmaking.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte het beeldmateriaal niet had ingezien en dat de motivering voor het weigeren van openbaarmaking van namen van medewerkers van het openbaar ministerie en een Kamerlid onvoldoende was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het belang van privacy bij het beeldmateriaal terecht zwaarder was gewogen, maar dat de motivering voor het weigeren van namen ontoereikend was.
De Afdeling oordeelde dat per concreet geval beoordeeld had moeten worden of openbaarmaking van namen de persoonlijke levenssfeer schaadt en dat het publieke belang bij openbaarheid van het Kamerlid zwaarder weegt tenzij sprake is van een volstrekt persoonlijk karakter of veiligheidsrisico. De Afdeling draagt de korpschef op het besluit te herstellen en binnen zes weken opnieuw te beslissen op bezwaar, met inachtneming van deze overwegingen.
De uitspraak betreft een tussenuitspraak waarbij het geschil over proceskosten en griffierecht in de einduitspraak zal worden behandeld.
Uitkomst: De korpschef wordt opgedragen het besluit te herstellen en opnieuw te beslissen over de weigering tot openbaarmaking van namen binnen zes weken.