ECLI:NL:RVS:2023:4525
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korpschef over openbaarmaking documenten demonstratie COVID-19 Utrecht
Op 23 december 2020 besloot de korpschef van de politie om op verzoek van appellant diverse documenten over de demonstratie van 4 juli 2020 in Utrecht gedeeltelijk openbaar te maken en andere documenten niet openbaar te maken. Na bezwaar verklaarde de korpschef op 7 juni 2021 het bezwaar gegrond en maakte alsnog enkele documenten openbaar. De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit deels, met uitzondering van de beoordeling omtrent documenten 32 en 44.
Appellant stelde dat er meer documenten berusten bij de korpschef, waaronder machtigingen van officieren van justitie voor bijzondere opsporingsmethoden zoals ANPR en gelaatsherkenning. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant aannemelijk heeft gemaakt dat deze machtigingen wel degelijk onder de korpschef berusten, ondanks het eerdere onderzoek dat dit ontkende.
De Afdeling bevestigt dat de korpschef terecht op grond van de Wob diverse documenten niet openbaar maakte vanwege belangen zoals opsporing, persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling. Wel vernietigt de Afdeling het besluit van 7 juni 2021 voor zover het betreft de toelichting dat geen machtigingen aanwezig zijn en draagt de korpschef op binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het besluit van 7 juni 2021 wordt vernietigd voor zover het betreft de toelichting over het ontbreken van machtigingen en de korpschef wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.