ECLI:NL:RVS:2014:3399
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling recht op kinderopvangtoeslag na herziening door Belastingdienst
De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot kinderopvangtoeslag voor 2009 aan appellant herzien op nihil, omdat appellant niet had aangetoond dat hij kosten voor gastouderopvang had gemaakt. Voor 2010 werd een herziening van €4.876,00 vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit over 2009 ongegrond en dat over 2010 gegrond, waarbij het besluit werd vernietigd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel kosten had gemaakt en verwees naar de aangifte inkomstenbelasting van de gastouder. De Afdeling oordeelde echter dat appellant niet had aangetoond dat hij het volledige bedrag had betaald, en dat een aangifte inkomstenbelasting geen bewijs van betaling is. De Belastingdienst had terecht het voorschot voor 2009 op nihil gesteld.
Voor 2010 had appellant wel substantiële betalingen gedaan, maar niet het volledige bedrag. De Afdeling oordeelde dat alleen aanspraak op toeslag bestaat indien alle kosten zijn voldaan en dat het aantonen van een deel van de kosten geen recht geeft op een evenredig deel van de toeslag. De Afdeling vernietigde het vonnis voor 2010 en verklaarde het beroep tegen het besluit van 12 juni 2012 ongegrond.
De Afdeling bevestigde het vonnis voor 2009 en wees het incidenteel hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over 2009 wordt afgewezen en het beroep over 2010 wordt ongegrond verklaard.