ECLI:NL:RVS:2015:2464
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009 na niet-aantonen kosten
Appellante ontving in 2009 een voorschot kinderopvangtoeslag van €10.271 en twee nabetalingen van €45. De opvang vond plaats via twee gastouderbureaus in verschillende periodes. De Belastingdienst herzag het voorschot in 2014 en stelde dit op nihil vanwege het ontbreken van bewijs dat appellante de kosten volledig had betaald.
Appellante voerde aan dat zij met overeenkomsten, facturen en bankafschriften de kosten van €13.516,80 had aangetoond, waaronder ook een schenking van de gastouder. De rechtbank oordeelde echter dat het ontbreken van een jaaropgave van het tweede gastouderbureau voor haar rekening bleef en dat de vermeende schenking niet meetelde voor de toeslag. De Belastingdienst hoefde de voorlopige aanslag van de gastouder niet als bewijs te accepteren.
De Raad van State bevestigde dat appellante niet had aangetoond dat zij de volledige kosten had betaald en dat het voorschot terecht op nihil was gesteld. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen concrete toezegging was gedaan. Het verzoek tot horen in bezwaar kon achterwege blijven omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 op nihil bevestigd.