ECLI:NL:RVS:2015:2387
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschotten kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs en niet-geregistreerde gastouder
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de herziening van voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2009, 2010 en 2011 door de Belastingdienst/Toeslagen. De dienst had de voorschotten voor deze jaren vastgesteld op nihil omdat de appellant onvoldoende bewijs leverde van gemaakte kosten in 2009 en niet voldeed aan de voorwaarden voor gastouderopvang in 2010 en 2011.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de appellant geen aanspraak kon maken op toeslag over 2009 vanwege het ontbreken van betalingsbewijzen, ondanks de verklaring dat de gastouder contant betaald was. Ook was vastgesteld dat voor de periodes in 2010 en 2011 geen geldige schriftelijke overeenkomst bestond en dat de gastouder in de laatste periode op hetzelfde adres stond ingeschreven als de appellant, waardoor zij niet als gastouder kwalificeerde.
De appellant voerde aan dat zij wel kosten had gemaakt en dat de overeenkomst met de gastouderbureau per 1 januari 2010 had moeten ingaan, maar de Raad van State oordeelde dat de duidelijke contractuele ingangsdatum 1 april 2010 geldt. Tevens werd geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen niet in strijd met het bestuursrecht heeft gehandeld door de appellant niet afzonderlijk te informeren over wetswijzigingen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de herziening van de voorschotten op nihil bleef staan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag op nihil bevestigd.