ECLI:NL:RVS:2014:2947
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting café wegens aantreffen handelshoeveelheid softdrugs
De burgemeester van Maastricht heeft bij besluit van 3 december 2012 de sluiting van een café voor zes maanden gelast op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, omdat in het pand een handelshoeveelheid softdrugs werd aangetroffen. De burgemeester baseerde zich op het Damoclesbeleid, dat sluiting voorschrijft bij aantreffen van meer dan vijf gram softdrugs.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de appellant ongegrond en bevestigde de sluiting. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich onder meer op de vraag of de burgemeester bevoegd was bestuursdwang toe te passen en of het Damoclesbeleid onverbindend was vanwege het 'one strike you’re out'-principe.
De Raad van State oordeelt dat de burgemeester terecht bestuursdwang heeft toegepast, omdat de hoeveelheid softdrugs (zestien gram hennep) indicatief is voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het Damoclesbeleid is niet onredelijk en sluit aan bij de jurisprudentie en beleidscriteria. Ook is de sluiting niet disproportioneel, ondanks de financiële gevolgen voor de appellant.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, met een verbetering van de motivering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De sluiting van het café voor zes maanden wordt bevestigd wegens aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs.