ECLI:NL:RVS:2017:252
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting koffiehuis wegens handel in softdrugs na doorzoeking
Op 12 december 2014 vond de politie bij een doorzoeking in een koffiehuis te Almere een handelshoeveelheid softdrugs, waaronder cannabis en hasj, zowel in het pand als bij de eigenaar zelf. De burgemeester besloot daarop het koffiehuis voor drie maanden te sluiten met toepassing van zeer spoedeisende bestuursdwang. De eigenaar maakte bezwaar en stelde dat de drugs voor eigen gebruik waren en dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting zonder zienswijzekans.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond en bevestigde de sluiting. In hoger beroep stelde de eigenaar dat de hoeveelheid drugs klein was en dat de spoedeisendheid ontbrak. De Raad van State oordeelde dat de aangetroffen hoeveelheid softdrugs ruim boven de norm voor eigen gebruik lag, dat er aanwijzingen waren voor handel, waaronder verklaringen van omwonenden en bezoekers, en dat de burgemeester terecht kon afzien van een zienswijzekans vanwege de spoedeisendheid.
Verder werd geoordeeld dat het Damoclesbeleid, dat sluiting bij een eerste overtreding als uitgangspunt hanteert, niet in strijd is met de wet en dat de belangenafweging door de burgemeester zorgvuldig en proportioneel was. De sluiting werd als passend middel gezien om de openbare orde te herstellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van het koffiehuis voor drie maanden wegens handel in softdrugs.