ECLI:NL:RVS:2014:2430
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
De vreemdeling uit de Democratische Republiek Congo (DRC) had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister werd afgewezen op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De rechtbank had het besluit vernietigd, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt in hoger beroep het besluit van de staatssecretaris.
De Afdeling oordeelt dat de vreemdeling als voorzitter van het Front Populaire pour la Justice au Congo (FPJC) een leidinggevende positie had en mede verantwoordelijk kan worden gehouden voor door het FPJC gepleegde misdrijven. De beschermingsmaatregelen van het Internationaal Strafhof (het Strafhof) en de garanties van de Congolese autoriteiten bieden voldoende waarborg dat de vreemdeling bij terugkeer niet zal worden blootgesteld aan een behandeling in strijd met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Verder wordt geoordeeld dat Nederland verantwoordelijk is voor de beoordeling van het risico op refoulement ondanks de tijdelijke overbrenging van de vreemdeling aan het Strafhof. De Afdeling wijst ook de klachten over het risico op schending van artikel 6 en Pro artikel 2 EVRM Pro af, mede vanwege de beschermingsmaatregelen en het moratorium op de doodstraf in de DRC.
Ten slotte wordt bevestigd dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven en dat de staatssecretaris niet gehouden is een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en handhaaft de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.