ECLI:NL:RVS:2015:272
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning wegens medische behandeling in Armenië en Georgië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 11 juni 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling beoordeelde de motivering van het BMA-advies en de BMA-nota waarin werd gesteld dat de vereiste medische behandeling in Armenië en Georgië beschikbaar is. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat behandeling in deze landen mogelijk was, mede op basis van een brief van de behandelaar van de vreemdeling. De Afdeling oordeelde echter dat deze brief niet ziet op de situatie ten tijde van het BMA-advies en dat de rechtbank ten onrechte dit oordeel had gegeven.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling onvoldoende had onderbouwd dat het medicijn Prograft in Armenië niet beschikbaar is en dat de alternatieve medicatie in Georgië niet volstaat. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris aan zijn vergewisplicht had voldaan omtrent de reisvereisten en medische overdracht. Het beroep van de vreemdeling op artikel 2 en Pro 8 EVRM werd eveneens verworpen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.