ECLI:NL:RVS:2014:1511
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens reëel risico bij terugkeer naar Eritrea
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 9 maart 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep klaagde de vreemdeling dat zij niet aannemelijk kon maken dat zij bij vrijwillige terugkeer naar Eritrea een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris zich onterecht had beroepen op de verwachting dat de vreemdeling vrijwillig zou terugkeren, mede omdat het uitreisvisum in ruime mate was overschreden en het ambtsbericht geen duidelijkheid gaf over de gevolgen van die overschrijding.
De Afdeling oordeelde dat de vreemdeling een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro indien zij terugkeert naar Eritrea, en vernietigde daarom het besluit van 9 maart 2012. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens een reëel risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM bij terugkeer naar Eritrea.