ECLI:NL:RVS:2014:1439
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- B.P. Vermeulen
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling demonstratieverbod Occupy Rotterdam op Beursplein tijdens evenementen
De burgemeester van Rotterdam verbood Occupy Rotterdam om tijdens het terrassen- en evenementenseizoen op het bordes van het WTC-gebouw aan het Beursplein te demonstreren. Occupy Rotterdam en een individuele appellant maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door de burgemeester grotendeels ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van Occupy Rotterdam niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbende status en wees het beroep van de individuele appellant af.
In hoger beroep stelde Occupy Rotterdam dat het wel degelijk belanghebbende is als samenwerkingsverband en dat het demonstratieverbod onrechtmatig is. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat Occupy Rotterdam als entiteit herkenbaar is in het rechtsverkeer en dus belanghebbende is. Vervolgens werd het beroep van Occupy Rotterdam inhoudelijk behandeld samen met dat van de individuele appellant.
De burgemeester had het demonstratieverbod gebaseerd op een politieadvies dat tijdens vier grote evenementen (marathon, Roparun, zomercarnaval en Bavaria City Racing) de demonstratie op het Beursplein tot wanordelijkheden zou kunnen leiden vanwege drukte en ingewikkelde voetgangersstromen. De Afdeling vond dit een gegronde reden en oordeelde dat het verbod proportioneel en tijdsbeperkt was, gericht op plaats en tijd en niet op de inhoud van de demonstratie.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep van Occupy Rotterdam gegrond voor wat betreft de ontvankelijkheid, maar inhoudelijk ongegrond, en bevestigde het beroep van de individuele appellant als ongegrond. Het griffierecht werd aan Occupy Rotterdam terugbetaald.
Uitkomst: Het demonstratieverbod tijdens vier grote evenementen op het Beursplein wordt bevestigd en het beroep van Occupy Rotterdam wordt inhoudelijk ongegrond verklaard.